Eendenkooi Bakkerswaal bij Lekkerkerk

Satellietopname van de Bakkerswaal, afkomstig van Google EarthBakkerswaal

Tussen Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek is de Lekdijk in het verleden een aantal malen doorgebroken. Waarschijnlijk is bij de doorbraak in 1421 (de Sint Elisabethsvloed) bij de buurtschap Schuwacht een groot wiel of waal ontstaan.
Omdat het jaren duurde voordat de dijk werd gerepareerd, werd de waal steeds groter. In 1430 besloot men uiteindelijk het gat te dichten. Deze waal is toen gedeeltelijk binnendijks komen te liggen en voor een deel buitendijks.
De buitendijkse waal heeft in de loop der eeuwen steeds meer het uiterlijk van een uiterwaard gekregen.
De binnendijks gelegen Bakkerswaal is nu een eendenkooi.

Satellietopname van de Bakkerswaal
afkomstig van Google Earth

Het diepste punt van deze waal ligt zo'n 9 meter onder het wateroppervlak. De kooiplas heeft een oppervlakte van ongeveer 4 hectare en is daarmee de grootste van Nederland.
Rondom de plas ligt het kooibos, dat eveneens 4 ha. groot is. Daarnaast heeft het Zuid-Hollands Landschap nog enkele hectaren omliggend rietland en dijktalud in eigendom en ook nog één hectare grasland. Het totale bezit beslaat zo'n 14 hectare.

Geschiedenis

Kooiker Hans Zantinge met zijn hond GeertjeIn zijn boekje Beschrijving van den Krimpenrewaard en den Lopikerwaard uit 1847, schrijft AJ van der Aa hierover:
Bij den vermaarden St. Elisabethsvloed van 18 en 19 November 1421 vielen er op twee plaatsen dijkbreuken: namelijk in de nabijheid van het dorp Krimpen en in de dijken van den polder Schuwacht, welke meer oostelijk liggen en waar thans nog de diepe waal of wiel, onder den naam van Bakkerswaal bekend, gevonden wordt. Toen men geen middel wist om den dijk ter plaatse van deze doorbraak te herstellen, gaf zekere bakker den raad om daarin onderscheidene zakken met meel en zand gevuld te laten zinken en op dien grondslag den dijk aan te leggen. Deze raad werd, naar men verhaalt, opgevolgd en met enen goeden uitslag bekroond. Hierom nu heeft men dit gat, hetwelk thans nog eene diepte van 22 el heeft, den naam van Bakkerswaal gegeven.

Kooiker Hans Zantinge met zijn hond Geertje

Een andere -meer aannemelijke- verklaring is dat de naam Bakkerswaal voortkomt uit het oud Hollandse woord bak, dat achter betekent (komt ook:voor in bakwetering). De Bakkerswaal zou dan de achterste waal betekenen. De voorste waal zou dan dichtgeslibt zijn en thans het rietgors vormen.

Hoelang de Bakkerswaal al in gebruik is als eendenkooi is onduidelijk. Vast staat dat de kooi al wordt genoemd in een stuk uit 1585, dat in het bezit is van het Streekarchief Midden Holland te Gouda. De oudst bekende kaart waarop deze eendenkooi staat aangeheven, dateert uit 1683. Bij het ontstaan van de waal, behoorde deze bij de Heerlijkheid Lekzicht, evenals vele omliggende landerijen. Vele eigendomswisselingen later, verwierf Het Zuid-Hollands landschap de eigendom in 1941. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de kooi verhuurd aan Arie Berkouwer. Na hem was Bas Tukker 17 jaar de kooiker en sinds 1984 is dat Hans Zantinge.

Aalscholvers

Oude foto van de aalscholvers in de BakkerswaalIn de periode tussen 1880 en 1945 genoot de Bakkerswaal bekendheid vanwege de daar huizende kolonie aalscholvers. Er waren toen zo'n 1500 broedende paren. Hans Zantinge vertelde me dat aalscholverkolonies een aanloopperiode kennen, een periode van bloei en tot slot een periode van verval. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de aalscholver langzamerhand zijn eigen leefgebied verwoest, door de bomen waarin hij slaapt stelselmatig te ontdoen van nieuwe twijgen en andere takken. De betreffende bomen sterven daardoor langzaam maar zeker af. Daarnaast hebben de uitwerpselen van de schollevaar of kontenklapper, zoals het dier ook wel wordt genoemd, een schadelijke invloed op zijn directe woonomgeving. Aan het eind van een periode van verval, gaat de kolonie op zoek naar een ander leefgebied en herhaalt de cyclus zich.

Oude foto van de aalscholvers in de Bakkerswaal

De aalscholver is al sinds mensenheugenis achtervolgd en verjaagd door vissers, omdat deze viseters de broodwinning van de beroepsvisser in gevaar zou brengen. Waren er in de jaren zestig van de Twintigste eeuw nog maar een kleine 1200 paren in Nederland, tegenwoordig zijn er enkele tientallen kolonies, waarvan de grootste (meer dan 5500 exemplaren) zich bevindt in de Oostvaardersplassen.

De kooi nu

Blik op de kooiplas vanuit de kijkhutHet aantal wilde eenden op de kooiplas beperkt zich tegenwoordig tot enkele honderden. De smient daarentegen is in rijke getale aanwezig. De kooi heeft nu vijf vangpijpen. In het verleden waren dat er ooit negen.
Het aantal watervogels op de kooiplas wisselt per seizoen en wordt ook beïnvloed door gebeurtenissen elders. Zo vertelt de kooiker dat wanneer er in de regio -bijvoorbeeld op de Reeuwijkse Plassen- evenementen plaats vinden of er veel kano's in het water zijn, het aantal vogels op de kooiplas flink oploopt. Samen met een collega-kooiker heeft Zantinge ooit 14.000 eenden op de plas geteld!
Aalscholvers nestelen niet bij de plas, maar 's winters hebben wel enkele honderden van deze vogels een grote slaapplaats in de buurt van de plas.

Blik op de kooiplas vanuit de kijkhut

Bij de kooi ligt de woning van de kooiker en ook een bezoekerscentrum. Dit werd onlangs ingrijpend verbeterd (aanleg van toiletten conform de arbo-normen, aanleg van centrale verwarming, dak geïsoleerd etc), na de ontvangst van een legaat van de in de omgeving welbekende Mevrouw C.J. Nobel - van Vuren.

Tussen medio april en medio juli kan de Bakkerswaal worden bezocht. Groepen van 10 tot 40 personen (individuele bezoekers kunnen zich hierbij aansluiten) worden ontvangen in het bezoekerscentrum, waar op verzoek kan worden gezorgd voor koffie, thee, cake en koek. U dient zich vooraf te aan te melden bij kooiker Hans Zantinge 0180-661831 (19.00-21.00u). De aanvangstijd van de excursie kan in overleg worden bepaald.

Bakkerswaal
Schuwacht 232
2941 EK Lekkerkerk
0180-661831

Een kijkje in het bezoekerscentrum

Meer informatie:
Elders op deze site vind u algemene informatie over eendenkooien.
U kunt ook kijken op de website van de Eendekooi Stichting

Bronnen:
De Krimpenerwaard door Catharina van Groningen (2e druk, 1996)
Beschrijving van den Krimpenrewaard en den Lopikerwaard door AJ van der Aa (1847)
Gesprek met kooiker Hans Zantinge (september 2006)

Tekst en kleurenfoto's:
© Nieko Jongerius 2006