Albrecht Beyling

Tussen 1350 en 1490 was Holland en Zeeland het toneel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Twee groepen edelen streden om de macht. Zowel oude veten tussen verschillende adellijke geslachten, als economische en sociale tegenstellingen, lagen hieraan ten grondslag. Ook de steden kozen partij in de strijd. Inzet voor hen was invloed te verkrijgen op het bestuur. Van belang was vooral het betwiste recht van Jacoba van Beieren op de opvolging. Met het overlijden van Willem VI in 1417 werd de inzet van de ruzie steeds meer de vraag of men vóór (Kabeljauws) of tegen (Hoeks) het huis van Bourgondië was.

Staalgravure uit 1840: Dood van Albrecht Beiling

Tegen deze achtergrond vond in 1425 in het Hoekse Schoonhoven een van de meest verwerpelijke executies uit de vaderlandsche geschiedenis plaats. Het slachtoffer heette Albrecht Beyling.

In het slot van Schoonhoven hadden zich vele Kabeljauwen verschanst. Toch lukte het Jacoba van Beieren -'gehuld in mansgewaad'- om de stad, die haar altijd trouw was gebleven, te veroveren. De kabeljauwen in het slot hielden aanvankelijk goed stand, maar na zes weken gaf men zich over. Jacoba gaf alle Kabeljauwen een vrije aftocht, behalve de onderbevelhebber van het slot, de Goudse schout Albrecht Beyling. Deze werd verplicht om binnen zeven maanden duizend schilden aan Jacoba te betalen. Een vermogen in die tijd. Hij gaf zijn erewoord dat hij -met of zonder de duizend schilden- na zeven maanden terug zou komen naar Schoonhoven en mocht vertrekken.

Toen het hem na zeven maanden niet gelukt was het kapitaal bijeen te halen, meldde hij zich, overeenkomstig zijn gegeven erewoord, in Schoonhoven. De beheerder van het Slot, Gerard van Poelgeest, gaf daarop het bevel om Beyling levend te begraven. En aldus geschiedde. Naar verluidt vond deze gebeurtenis plaats op de Molenwerf, vlak bij het slot.

Bronnen:
Schoonhoven, een stad vol zilverwerk door Ine Becks
Reisdagboek uit de Krimpenerwaard, door Nico Rost