In 1834 verscheen een boek van J Blanken Jzn (1755-1838) waarin staat dat de eerste windwatermolen in Nederland in 1430 werd gesticht in de polder Bonrepas bij Vlist. In veel literatuur over molens is dit jaartal later overgenomen. Ten onrechte, want Blanken vergiste zich. In 1430 gaven Jacoba van Beijeren en Philips van Bourgondië een handvest uit, waarbij het waterbeheer van de Krimpenerwaard werd geregeld. De oudste windwatermolen van Nederland werd in 1407 gebouwd bij Alkmaar.
De
eerste molen die langs de Vlist aan de Bonrepas werd gebouwd, stond aan
de westzijde van de Bonrepas, bij de Koeneschansbrug. Als bouwjaar wordt
aangenomen 1449. De molen bemaalde de polders Bonrepas en Noord-Zevender.
Deze molen was door een overstroming dusdanig beschadigd, dat hij niet
meer kon malen. Er werd in 1554 een nieuwe molen gebouwd. Deze molen is
afgebeeld op een kaart van de polder Bonrepas
van 24 januari 1555. Het blijkt een wipwatermolen te zijn.
Een halve eeuw later, rond 1600, werd aan de andere zijde van de Bonrepas
(dat is de plek waar de huidige Bonrepasmolen staat) een nieuwe molen gebouwd.
De locatie bij de Koeneschansbrug voldeed niet, omdat de wind daar door
bebouwing en begroeiing belemmerd werd.
In 1946/1947 is een dieselmotor met centrifugaalpomp geplaatst, als
hulpbemaling. De Bonrepasmolen wordt soms ook nog wel aangeduid als de
'prinsenmolen', naar de molenaar Adriaan (Arie) Prins, die in het begin
van de twintigste eeuw de molenaar was. Prins, geboren op de Bonrepasmolen,
werd in 1951 opgevolgd door Jan Noorlander.
Op 18 december 1960 werd de molen, na een restauratie, officieel heropend
door de Zuidhollandse Commissaris der Koningin, Mr J Klaasesz. Aaanwezig
waren onder meer oud-molenaar Prins, de burgemeester van Vlist, Mr LCA Lepelaars
en het NTS-televisiejournaal.
Jan Noorlander op zijn beurt werd opgevolgd door de huidige molenaar, Jan van Rijswijk.
De
molen werd in 1973 grondig gerestaureerd, waarbij het bovenhuis geheel
werd vernieuwd. In het jaar 2004 vond opnieuw een restauratie van de molen
plaats.
Eigenaar van de molen is het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Technische gegevens
Voet: Lage veldmuren van 45 cm. hoog
Ondertoren: Gedekt met riet. De ondertoren wordt permanent bewoond.
Bovenhuis: Groen geschilderd, voorzijde gepotdekseld in visgraatverband.
kap gepotdekseld met zwart geteerde planken
Wiekenkruis: IJzeren roeden, fabrikaat gebr. Pot te Kinderdijk.
Binnenroede nr.1650 van1892, buitenroede nr. 1784 van 1897.
Vlucht: 25.90 mtr.
Wiekvorm: Oud-Hollands Bovenas: Gietijzer, fabrikaat "de Prins
van Oranje" te "s'Hage" nr. 855 van 1873. Lang 5.85 mtr.
Kruiwerk: Glijwerk met neuten, kruirad
Vang: Vaste Vlaamse blokvang uit vijf stukken, normale evenaar in
het bovenhuis
Bronnen:
A Bicker Caarten Middeleeuwse watermolens in Hollands polderland
Provincie Zuid Holland De molens van Zuid Holland
WFJ den Uyl De Lopikerwaard II, de waterschappen
Catharina van Groningen De Krimpenerwaard
Goudsche Courant, 18 december 1960