Over
de hofstede Bouwlust, Bovenberg 54/56 te Bergambacht, één
van de meest bekende boerderijen van de provincie Zuid-Holland, is al veel
gezegd en geschreven. Zinnige dingen en -volgens de huidige eigenaresse,
mevrouw Lydia Verduyn- ook onzinnige en onware dingen. In onderstaand artikel,
dat niet beoogt compleet te zijn, wordt gepoogd onzinnige zaken en onwaarheden
te vermijden.
Geschiedenis
Volgens de jongste inzichten stamt het hoofdgebouw (het voorhuis) van
deze dwarshuis- of T-boerderij uit circa 1640. Deze datering is mede gebaseerd
op tegelwerk dat in één van de kelders werd aangetroffen
en waarvan met grote mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat het
rond 1640 werd vervaardigd.
In de zeventiende eeuw werd de Krimpenerwaard nog regelmatig geplaagd door dijkdoorbraken van zowel de Lek- als de IJsseldijken, waarna de Waard volledig onder water kwam te staan. Veel boerderijen, waaronder Bouwlust, werden daarom op hoger gelegen stukken land (zoals donken en zandruggen) gebouwd. De laatste dijkdoorbraak in de Krimpenerwaard vond plaats op 26 januari 1760, toen de Lekdijk bij Bergstoep op twee plaatsen doorbrak en er 6 tot 8 voet water in de Krimpenerwaard kwam te staan.
Bouwlust is voor een deel gebouwd bovenop de fundamenten van een oudere hoeve. Bij werkzaamheden werden deze fundamenten nog in redelijk goede staat aangetroffen. De herenboerderij is opgetrokken uit gele baksteen en heeft de voorname uitstraling die belangrijke buitenplaatsen uit de zeventiende eeuw soms hadden. De hoeve is in het verleden regelmatig verbouwd, waarbij soms ingrijpende wijzigingen werden aangebracht. De zijtopgevel aan de oostzijde vermeldt het jaartal 1671. Toen werd een verhoogde gevel aangebracht, waarachter zich de keuken bevindt.
Begin
negentiende eeuw vond een ingrijpende verbouwing plaats, waarbij een gang
werd afgescheiden van een middenkamer. Ook de vensters en de deur in de
voorgevel werden toen veranderd. De keuken in het achterhuis werd opgeluisterd
met tegels die naar alle waarschijnlijkheid afkomstig zijn van verscheidene
andere boerderijen uit de omgeving.
In 1927 werden twee nieuwe stallen bijgebouwd. Waarschijnlijk werd bij de restauratie van 1939 de voorgevel van één van hen veranderd, waarbij dezelfde gele IJsselsteentjes zijn gebruikt, als die waarvan het hoofdgebouw is opgetrokken. Hierdoor is de indruk ontstaan dat dit bouwwerk even oud is als de hoeve zelf. De andere in 1927 gebouwde stal werd in 2002 afgebroken.
In augustus 1928 werd de herenhoeve aan de Bovenbergsehuisweg vastgelegd door de Rotterdamse architect, ontwerper en aquarellist Jan Verheul Dzn
In 1939 vond opnieuw een belangrijke verbouwing plaats. Eigenaar was
toen Willem van Vliet, een vermogende, vrijgezelle steenbakker uit Gouderak,
die in Bergambacht een pied-à-terre had. Naast Bouwlust, was ook
de monumentale boerderij Tussenlanen 11 te Bergambacht in zijn bezit. Hij
nam de restauratie van Bouwlust met veel gevoel ter hand. Zo is toen onder
andere de achttiende-eeuwse roedenverdeling in ere hersteld en zijn staafankers
vervangen door sierankers.
Bij die gelegenheid werd ook, aan de oostelijke voorzijde, de karakteristieke
tulpenboom (Liriodendron tulipiferum) geplant. Deze boom met opvallende,
fraai gevormde bladeren bloeit medio juni met grote, gele, op tulpen lijkende
bloemen.
Museum
Vanaf ongeveer 1950 tot 1964 had Willem van Vliet in een deel van het
voorhuis een particulier museum.
In zijn Reisdagboek van de Krimpenerwaard uit 1954 vermeldt journalist
en schrijver Nico Rost zijn bezoek. Hij ziet er 'kamers vol kostbaar oud
porcelein en antieke meubels en schilderijen - een particulier streekmuseum,
waarvan de toekomstige bestemming echter nog steeds ongewis is'. Rost meldt
dat de toenmalige burgemeester van Bergambacht het museum graag voor zijn
gemeente wilde behouden, maar dat Willem van Vliet hierover geen uitsluitsel
gaf. Het museum was overigens alleen toegankelijk voor genodigden.
Onder de tentoongestelde objecten waren ook de zg. "pieken van de
stad Schoonhoven". Het betrof hier twee laatmiddeleeuwse, van scherpe
punten en van bijltjes voorziene wapens met lange schaft. Deze pieken waren
gesierd met vlaggetjes met het Schoonhovense stadswapen en zouden in gebruik
zijn geweest bij de poortwachters van die stad. Zij stonden kruiselings
opgesteld bij een van de deuren van het 'museum'. Naar verluidt was de
gemeente Schoonhoven al jaren op zoek naar deze, voor de geschiedenis van
de stad belangrijke voorwerpen en was daar niet bekend dat ze op een steenworp
afstand te zien waren.
Een deel van de collectie werd later in bruikleen gegeven aan het Museum
Catharina Gasthuis te Gouda. Uiteindelijk werd de gehele museale collectie,
waaronder vele, ingelijste tegeltableaus, verkocht via internationaal veilinghuis
Sotheby's. Genoemd Catharina Gasthuis heeft toen een gedeelte van de verzameling
kunnen verwerven.
Foto rechts: een kijkje in het voorhuis van vandaag
De eigendom van Bouwlust kwam in 1976 in handen van een Willem van Vliet's neef (oomzegger) Frans van Vliet. Hier begon een periode waarin weinig onderhoud werd gepleegd en de hoeve een verwaarloosde indruk maakte.
Op
TV
Dat weerhield de makers van de televisieserie Het wassende water, naar
de roman van Herman de Man, er niet van om Bouwlust uit te kiezen als decor
voor dit populaire feuilleton.
In 1984 vond hier een belangrijk deel van de buitenopnames plaats en in
1986 bereikte de serie ongekend hoge kijkcijfers.
De boerderij (het achterhuis) werd in die jaren gepacht door Piet Pons
en zijn vrouw Adrie. Het voorhuis werd bewoond door Charles de Menthon
Bake. Piet en Charles speelden beide een rol in de zevende episode van
de serie. In veel andere afleveringen gaf Piet ook acte de présence,
zij het dat hij vaak niet herkenbaar in beeld kwam.
Uitsluitend voor de opnamen is een boenhok gebouwd, dat nu bij de buren
staat. Daar is ook nog het bord Water-Snood te zien. Ook werd, in opdracht
van de NCRV, Bouwlust op schaal nagebouwd, speciaal met het oog op de te
maken opnamen die de boerderij tonen na de dijkdoorbraak; het model deed
dienst bij de filmopnamen die plaats vonden in het Gooimeer.
De binnenopnamen van Het wassende water werden grotendeels gemaakt in de
Cabauwse boerderij Kromwijk
aan de Lopikerweg West 88. Veel Cabauwenaren fungeerden als figurant.
Klik HIER
om enkele delen van de TV-serie te bekijken.
Bewoners
De hofstede is vanaf waarschijnlijk 1671 in het bezit van de familie
Verduyn. De moeder van de eerder genoemde Willem van Vliet, was Lijntje
Verduyn. Zij was de laatste Verduyn op Bouwlust, totdat in het jaar 2000
de hoeve in handen kwam van Lydia Verduyn en haar echtgenoot.
Het
achterhuis, de eigenlijke boerderij, werd in 1938 betrokken door Piet Teeuwen.
Hij volgde Gert van der Pijl op. Teeuwen vertrok in 1944 en tot 1952 was
Jaap Buis pachter.
Tussen 1952 en 1960 werd het achterhuis bewoond door Klaas Markus.
Van 1960 tot 2000 werd bouwlust gepacht door Piet Pons en zijn vrouw Adrie.
Zij oefenden hier hun agrarisch bedrijf uit met 40 tot 45 koeien. Zij kregen
hier vier dochters, die nog altijd in Bergambacht wonen. Piet en Adrie
zijn in 2000 verhuisd naar een comfortabel appartement in het centrum van
Bergambacht.
Piet Pons en zijn vrouw Adrie, in 2010 gefotografeerd in hun woning te Bergambacht
Het voorhuis werd tot 1964 bewoond door de al eerder genoemde Willem
van Vliet. Van 1964 tot 1967 woonden hier Mr B.W.J. Steensma en zijn echtgenote.
Zij waren de eerste huurders.
In die tijd werd (toen nog) prinses Beatrix met enige regelmaat op Bouwlust
gesignaleerd. Haar moeder, koningin Juliana, kwam ook op Bouwlust, maar
dan als gast van Willem van Vliet.
In oktober 1967 verhuisden de Steensma's met hun kinderen naar Jaarsveld.
Tussen 1967 en 1974 was Jhr. A.E. Stoop de bewoner. Hij was advocaat en procureur in Rotterdam en werd door de heer Steensma bij Willem van Vliet als huurder voorgedragen.
De heer Charles de Menthon Bake, hierboven al genoemd bij de serie Het
wassende water, woonde in het voorhuis van Bouwlust tussen 1974 en 1992.
Hij is onder meer werkzaam geweest als Directeur-generaal van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken te Den Haag. Daar hield hij zich onder andere bezig
met burgemeestersbenoemingen.
Zijn buurman uit die tijd, Piet Pons, vertelt dat De Menthon Bake op een
goede dag aan het eind van de jaren zeventig, thuis werd gebracht door
oud-premier Piet de Jong, die voor die gelegenheid zijn dienstauto een
stukje liet omrijden. De Menton Bake stapte uit de auto en de vier dochters
van boer Pons renden op hem af, wellicht in de hoop dat hij een presentje
voor hen had meegebracht, zoals wel vaker gebeurde bij de terugkeer van
een buitenlandse reis. Piet de Jong stapte eveneens uit de auto, aanschouwde
de hartelijke ontvangst van zijn reisgenoot en zei begrijpend: "Ja,
zo wil ik ook wel als vrijgezel op het platteland wonen…".
Daarna passeerden achtereenvolgens Tonny en Ans Koekoek, C. Verhagen, H. Oostendorp en A.P. Poot als huurder van het voorhuis en tot slot werd de ruimte gebruikt door Consulmij, een bedrijf dat zich bezig hield met schonegrondverklaringen.
Te
koop
In het jaar 2000 verlieten de laatste pachters, Piet Pons en zijn vrouw
de boerderij en kwam ook het voorhuis zonder huurder, waarna de gehele
hoeve te koop kwam.
Voor het eerst sinds 1671 leek de hofstede uit het bezit van de familie Verduyn / Van Vliet te verdwijnen. Echter, Lydia Verduyn en Hans van Oers, die in Gouda een boerderij bewoonden, waren op zoek naar een te restaureren boerderij in Bergambacht of omgeving en op weg naar de makelaar is Schoonhoven kwamen zij langs Bouwlust en het prominent aanwezige bord TE KOOP. Van het een kwam het ander en toen binnen in de boerderij ook nog een glas-in-loodtableau met het wapen van de familie Verduyn tevoorschijn kwam, leek de koopovereenkomst een stuk dichterbij te komen. De herenboerderij komt uiteindelijk in juni 2000 in hun handen.
Jongste restauratie
Na een periode van planning en voorbereiding gaat in 2002 een ingrijpende
restauratie van start die tot juli 2005 zal gaan duren.
Als architect wordt aangetrokken Bob C. Van Beek BV uit Leiden, de aannemer
wordt Den Hoed Aannemers BV uit Bergambacht en het schilderwerk wordt verricht
door schildersbedrijf Henk Wiltenburg uit Polsbroek. Gestart wordt met
de stal, die tot op de gebinten wordt afgebroken en opnieuw wordt opgebouwd.
Men is hier negen maanden mee doende. Daarna wordt het achterhuis onder
handen genomen en tot slot is het voorhuis onderwerp van grondige restauratie.
Daar krijgt elke ruimte door goedgekozen kleurgebruik en inrichting zijn
eigen sfeer.
Op de voormalige deel staat de houten karnmolen,
die nog altijd maalvaardig is. In het plaveisel, op de foto grotendeels
verborgen door een tapijt, is nog het karnpad te herkennen en ook de cirkel
waarin vroeger de boterton stond, is nog herkenbaar.
Tegels
De in ruime mate in het achterhuis aanwezige antieke tegels worden
tijdens de werkzaamheden met platen hardboard tegen beschadiging beschermd,
maar dat kan niet verhinderen dat er toch enkele losraken. Alvorens ze
op hun plaats terug te lijmen, raadpleegt mevrouw Verduyn een deskundige.
Deze expert komt na een grondig onderzoek tot een dramatische conclusie:
in de klei waarmee de tegels oorspronkelijk
aan de wanden zijn bevestigd, zit schelpenzand en in dit zand zit zeezout.
Dit zout tast het glazuur van de tegels aan en om te voorkomen dat het
glazuur volledig oplost, dienen alle tegels van de muren te worden verwijderd
en moeten ze met een speciale vloeistof worden gespoeld. En zo geschiedt:
alle 3000 (!) tegeltjes worden eerst in hun verband gefotografeerd, daarna
zorgvuldig van de wanden losgehaald, vervolgens behandeld en daarna weer
één voor één teruggeplaatst. Intussen maakt
een liefhebber en kenner van tegeltableaus van de gelegenheid gebruik om
van elk tegeltje afzonderlijk, zowel de voorzijde als de achterzijde te
fotograferen…
Dit 'tegeltjesincident' is één van de problemen en probleempjes
die gedurende de drie jaar durende restauratie vrijwel dagelijks opdoken
en die elk hun eigen oplossing vroegen. De manier waarop de tegeltjes werden
aangepakt geeft aan op welke gewetensvolle wijze het herstel van Bouwlust
door de huidige eigenaars is benaderd. Zij wilden dit rijksmonument zoveel
mogelijk in de oorspronkelijke staat terug restaureren, maar omdat de hoeve
in het verleden zo vaak is verbouwd, was lastig vast te stellen wat nu
precies de oorspronkelijke staat was. Er moesten dus voortdurend keuzes
worden gemaakt en gezien het resultaat kan veilig worden gesteld dat men
hierin buitengewoon is geslaagd.
Ook aan de beplanting werd de nodige aandacht besteed. Op de luchtfoto hiernaast is dat mooi te zien.
De
verlichte boerderijenroute Krimpenerwaard
Op negen avonden in januari en februari 2010 stonden honderden boerderijen
in de Krimpenerwaard in de schijnwerpers in het kader van de Verlichte
Boerderijenroute en Bouwlust was er één van. Met de gedachte
dat het voor de buurt wel een keer leuk zou zijn om van nabij een blik
op de boerderij te werpen, stelden de eigenaars een deel van de hoeve open
voor publiek.
In totaal werden 2800 bezoekers geteld, waarvan er 500 kwamen op de drukste
avond.
Een enorm succes met vele positieve reacties. Dat er een enkele bezoeker
met de neus tegen de ramen probeerde om in de niet opengestelde privévertrekken
te gluren, hetgeen de heer des huizes noopte om met linten een deel van
het erf af te zetten, deed aan dat succes niets af.
Foto: Erik Vergunst
Bouwlust vandaag
Tegenwoordig biedt Bouwlust de mogelijkheid om er te overnachten: in
de voormalige chauffeurswoning en in het voorhuis kunt u gebruik maken
van een bed and breakfast in stijl.
Klik HIER voor informatie en
reservering.
Het is de huidige bewoners van Bouwlust gegund dat zij, samen met Duitse herder Lotje, nog vele jaren van hun fraaie bezit mogen genieten. Toch zal er ooit een moment komen waarop zij de hoeve zullen verlaten. Waarschijnlijk zal Bouwlust dan -voor het eerst sinds 1671- in handen komen van een niet-Verduyn. 'Maar wij laten het in ieder geval netjes achter', glimlacht mevrouw Verduyn. En zo is het!
Met dank aan:
Adrie en Piet Pons
Mr BWJ Steensma
Lydia Verduyn
Erik Vergunst
© Nieko Jongerius, 2010