Onze blikken dwalen naar de onvergetelijke
silhouet van Ouderkerk, beheerst door twee 'bovenkruiers' -twee historische
molens- die 'Hermina' en 'Druiventros' heten.
Dit
fragment komt uit het Reisdagboek uit de Krimpenerwaard, geschreven door
Nico Rost en in 1954 uitgegeven door Ad. Donker te Rotterdam.
Rost was dus zo gelukkig dat hij beide Ouderkerkse molens nog als beeldbepalers
van het Ouderkerkse dorpsgezicht heeft gezien.
En beschreven.
Helaas! Korenmolen de Druiventros werd in datzelfde jaar 1954 onttakeld
en elf jaar later werd het restant geheel gesloopt.
Ook houtzaagmolen Hermina bestaat al lang niet meer: nadat hij -in 1952
en 1953- nog was gerestaureerd, werd hij op 30 oktober 1958 geheel door
brand verwoest.
De geschiedenis van de Hermina begint niet in Ouderkerk aan den IJssel,
maar in Rotterdam. Daar, in Delfshaven om precies te zijn, werd deze molen
in 1718 gebouwd door molenmaker Jacob Versluys.
Hij heette toen nog De Hoop en fungeerde aanvankelijk als runmolen (dat
is een molen die gedroogd eikenschors maalde ten behoeve van vooral leerlooierijen).
De molen stond aan de Westzeedijk, die thans Tweede IJzerstraat heet.
In
1850 is de molen verbouwd tot korenmolen waarna hij rond 1875 als oliemolen
dienst ging doen. In 1907 werd de molen aangekocht door de firma Van
Vliet, die de molen verplaatste naar Ouderkerk. De molen werd omgebouwd
tot houtzaagmolen en deed als zodanig dienst tot 1925. In dat jaar kwam
de molen in handen van de firma Docters van Leeuwen, die in 1927 overschakelde
op elektrisch zagen.
Van begin 1952 tot oktober 1953 werd de molen gerestaureerd door molenbouwer
Huub Adriaens uit Weert. De Hermina kreeg een nieuwe balie (omloop), een
nieuw netwerk voor de wieken, een nieuw rieten dak en een nieuwe windpeluw
(de balk waarop de molenas rust). Ook werd een nieuwe verflaag aangebracht.
Op 30 oktober 1958 kwam een abrupt einde aan de geschiedenis van de Hermina:
als gevolg van kortsluiting in de onder de molen gevestigde elektrische
houtzagerij, brandde de molen in drie kwartier tot de grond toe af.
|
Onderstaand gedicht, van G. de Jong Mzn. verscheen
op maandag 3 november 1958 in (waarschijnlijk) de Schoonhovense Courant.
Het wordt nu opnieuw gepubliceerd met toestemming van de nabestaanden
van de dichter. Waarvoor dank!
Voorbij
Op de brand die de houtzaagmolen 'Hermina'
op 30 0ktober 1958 te Ouderkerk aan den IJssel verwoestte.
Ik mis vanuit mijn raam
Het schoon van haar contouren.
De 'Hermina' is niet meer
Ze zeeg in laaiend vuur terneer
Wie zou het niet ontroeren?
Die grauwe morgen toch
Zou haar geen dag meer gloren,
Ze stortte brandende ineen
Ging 'vurig' uit ons dorpsbeeld heen
En wordt niet meer herboren.
Hoe tragisch ging zij weg
Een dame, die haar luister
In dit fatale morgenuur
Door onbedwingbaar vretend vuur
Veranderd zag in duister.
Daar waar ze trots verrees
Is nu een puinhoop over.
Verkoold en zwartgeblakerd hout
Wordt, als haar laatste rest, vertrouwd
Aan opkoper en klover.
Hoe kreunde ze zich in haar nood
Toen haar de vlammen lekten …
En 'n wolk van mist haar stervensspond
Gelijk een vriend. die leed verstond
Hij vrees'lijk einde dekte.
Nog ééns in volle pracht …
-Illuminerend wonder-
Haar schoon getoond in donk're nacht
Waarop voor haar geen morgen wacht
En …… vlammend ging zij onder.
Wat is ons dorpsbeeld triest
Met deze diepe wonde …
't Is ons vertrouwde dorp niet meer
Oud-Ouderkerk; het keert niet weer
Vertelt ons deze stonde.
Het gaat voorgoed voorbij
Al wat wij hier aanschouwden
Ebt weg na 't wassen van 't getij
O 'Hermina' wat hadden wij
U graag willen behouden.
G. de Jong Mzn
|