De
luie rietdekker van Stolwijk
In het boek 'Beschrijving van den Krimpenrewaard en den Lopikerwaard' door A.J. van der Aa uit 1847, trof ik het volgende verhaal.
In
het begin der vorige eeuw had Stolwijk gedurende eenige tijd veel bezoek,
doordat men voorgaf, dat zekere aldaar wonende rietdekker, BAKKER genaamd,
veertig dagen en nachten achtereen geslapen had, zonder eenig voedsel te
gebruiken. Velen, zelfs van afgelegen plaatsen, gingen hem zien, menigmalen
werd hij bewaakt en zelfs proeven genomen, of hij gevoel had van het steken
met spelden en naalden, hetwelk hij, zonder aanmerkelijk bewijs van eenige
aandoening te geven, veelal kon doorstaan.
Bij nader nauwkeurig onderzoek bleek echter, dat hij, die een lui en vadsig
mensch was, in den beginne uit stijfhoofdigheid naar geen wakker maken
had willen luisteren, en vele pijnlijkheden doorstond, om niet te moeten
arbeiden.
Zijne huisgenooten, zich nu verstoken ziende van hetgeen hij anders verdiende,
maakten er eene kostwinning van om hem aan de bezoekers te laten zien,
waartoe hij zich naderhand gewillig liet gebruiken.
Ook ontdekte men later, dat zijn voorgewend vasten mede grootendeels, zoo
niet geheel, verzonnen was, daar hij nauwelijks ontwaarde, dat men in de
nabijheid van zijne bedstede eenige spijzen bereidde, of halfsluimerende
eischte hij die, at smakelijk daarvan en sliep weder voort, zonder volkomen
wakker te worden.
Het einde was, dat men hem en de zijnen aan hun lot overliet en hen niet
meer bezocht. Hij, die Gods gebod: "In het zweet uws aanschijns zult
gij uw brood eten" zoo schandelijk overtrad, verdiende ook veeleer
ieders verachting dan bewondering. Hij zag zich toen ook genoodzaakt weder
aan den arbeid te gaan, maar nu waren zijne krachten door het gestadig
te bed liggen zoodanig afgenomen, dat hij ziekelijk werd en het eenen geruimen
tijd duurde, eer hij weder werken kon, hetgeen aanleiding gaf, dat sommigen
verhaalden, dat hij zeven jaren achtereen geslapen had. Men ziet hieruit
dus, dat het misdrijf veelal zijn eigen loon medebrengt.