De restanten van deze wipwatermolen staan aan de Bilwijkerweg / Schenkelkade tussen Haastrecht en Stolwijk. De molen werd gebouwd in 1620. Het is een overblijfsel van de serie Haastrechtse molens, behorende tot de polder Bergambacht. Deze molens zorgden voor uitwatering op de Hollandsche IJssel. Blijkens bijgaand kaartje, stonden er ooit drie watermolens bij elkaar.
Al
in 1473 werd door de toenmalige polder Bergambacht aangekocht een gebied,
in de polder Bliwijk met een grootte van 23 morgens.
Dit gebied werd ingericht als boezem ('de Bergambachtse boezem') en men
verplaatste twee watermolens van de Lek naar de Bergvliet, zodat kon worden
uitgewaterd op de Hollandsche IJssel. Deze Bergvliet werd gegraven in 1341
en verdeelde de Polder Bilwijk in twee delen: Hoog-Bilwijk en Laag-Bliwijk.
In de loop der eeuwen zijn deze molens ongetwijfeld eens of meerdere malen vervangen, maar hiervan kon ik weinig concrete gegevens vinden. De twee laatst gebouwde wipwatermolens hadden beide een vlucht van 25.84 meter.
Detail van een kaart van het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard (zuid is boven), waarop de drie molens duidelijk herkend kunnen worden.
De Bergambachtse boezem fungeerde als tijdelijke waterberging; als het
waterpeil op de IJssel voldoende was gezakt, werd het boezemwater met een
sluis op de rivier geloosd.
In 1659 werd besloten tot de bouw van een derde molen, zodat de bemaling
trapsgewijs kon plaatsvinden. Dit werd een achtkante molen, die werd gebouwd
noordelijk van de twee bestaande wipwatermolens. Deze 'hoge molen' werd
in 1817 geheel door brand verwoest en vervangen door een nieuw gebouwde
achtkanter. De nieuwe molen werd gebouwd door JC van Limbeek. Deze latere
burgemeester van Schoonhoven bouwde de molen voor een bedag van 4.250 gulden.
De nieuwe molen had een vlucht van 29.10 meter en was daarmee een van de
grootste van de streek.
In 1878 werd gestopt met malen. Toen nam het stoomgemaal PJ Smits (thans beter bekend als gebouw ‘Aletta’, Hoogstraat 133 te Haastrecht) hun taak over. Gemaal PJ Smits fungeerde als sluis tussen de Bergambachtse boezem en de Hollandsche IJssel. Dat gebouw werd in 1926 omgebouwd tot woning.
Eveneens
in 1878 werden de wieken van de meest zuidelijk gelegen wipmolen verwijderd
en in 1914 volgde het bovenhuis. Wat overbleef is de
thans nog bestaande molenstomp, die bekend staat onder de naam 'de
molen van Hol'.
De andere wipwatermolen werd waarschijnlijk eveneens van het bovenhuis
ontdaan en heeft mogelijk nog enige tijd dienst gedaan als woning. De achtkanter
werd geheel gesloopt; zelfs de fundamenten werden verwijderd..
Vlakbij heeft ook jarenlang een stalen molen, model Hercules Metallicus,
gestaan. Zo'n molen is nu nog te vinden in de polder Zuidbroek, bij het
Loetbos. De Bilwijkse Metallicus werd gebouwd in 1916 en werd ca. veertig
jaar bediend door Gerrit Hol (geb. 13 juli 1887).
De molen van Hol, genoemd naar de molenaarsfamilie Hol, die deze molen
-en de naburige molens- jarenlang bewoonde, is inmiddels verbouwd tot woning.
Nog enkele jaren geleden was deze molen een bouwval. Eigenaar Van Eijk
vertelde mij een paar jaar geleden dat van de restauratiewerkzaamheden
een plakboek is bijgehouden onder de titel ‘Gered van de ondergang".
Het bouwwerk staat sinds kort op de monumentenlijst.
De Molen van Hol, Bilwijkerweg 121, Stolwijk
Bronnen:
C. van Groningen De Krimpenerwaard (1996)
Jhr. J.F. Teixeira de Mattos Waterschappen en polders van Zuid Holland,
Deel III, afd. I, De Krimpenerwaard (1927)
W.F.J. Den Uyl De Lopikerwaard, Deel II, de waterschappen (1963)
Historisch Encyclopedie Krimpenerwaard, 18e jaargang, nummer 1,
artikel van P. Muilwijk