De Muskusrat

door Hans van Embden

De muskusrat, ook wel bisamrat genoemd, heeft als Latijnse naam Ondatra zibethicus. Het is de grootste waterbewonende soort van de woelmuisfamilie. Het vrouwtje wordt moer genoemd en het mannetje ram. De muskusrat is goeddeels bruin van kleur (de rug) en hij heeft een zilverkleurige buik, een grote stompe kop met korte oren en vrijwel geen nek, en een verticaal afgeplatte, kale en geschubde staart, die bij het zwemmen als roer dienst doet. De achterpoten zijn van korte zwemvliezen voorzien; de lengte van het lichaam ligt tussen de 24 en de 40 cm, de staart meet 20 tot 30 cm en het gewicht loopt tot 1,7 kg. De mannelijke dieren hebben een muskusklier, waarvan het product gebruikt wordt om het woongebied te markeren. Het vlees van de dieren is goed eetbaar (in België op de menukaart te vinden als waterkonijn), maar de pels (bisam) is het meest waardevolle product. In Noord-Amerika is de muskusrat een van de belangrijkste pelsdieren, zowel voor de beroepsjacht als in fokkerijen. Muskusratten houden geen winterslaap. Het zijn behendige zwemmers en duikers en krachtige gravers.

Afhankelijk van seizoen en temperatuur zijn er, na een draagtijd van ongeveer 5 weken, per jaar 3-5 worpen van 6-8 aanvankelijk hulpeloze en blinde jongen; de maximum levensduur is ca. 4 jaar. Kortom twee muskusratten van verschillende sekse in het voorjaar betekent ca. 30 exemplaren in de late herfst (van de 1e worp werpen de moertjes in hetzelfde jaar ook nog eens)! Ze bezitten dus een hoge voortplantingssnelheid. Dus ook hier is de naam konijn van toepassing… Het knaagdier eet 's winters voornamelijk wortels van riet en andere waterplanten en eet 's zomers veel gras en oeverplantenvegetatie.

De leefomgeving
De muskusrat leeft overal waar water is, mits voldoende diep (ca. 10 cm) en niet te zout. Wat dat betreft leeft de muskusrat in Nederland, en zeker in de natuurgebieden, in een paradijs met al onze rivieren, kanalen, beekjes, plassen en sloten.
Deze winterhut langs de Hittensekade heeft ook aan de buitenkant een ingang. Een teken dat de bunzing op zoek is geweest naar jonge muskusratten.Op twee verschillende manieren kan de muskusrat een nest bouwen. Allereerst kan hij van plantenmateriaal een soort "beverhut" bouwen aan de rand van water, waar het redelijk ondiep is. Doordat de hut uit plantenresten bestaat, die na verloop van tijd gaan broeien, blijft het binnen in de hut redelijk warm. Deze nestvorm treft men veel in het koude Canada aan en 's winters in Nederland. Men noemt deze hutten hier dan ook wel winterhutten. De meest voorkomende nestvorm is echter het nest gebouwd in de walkant van het water. Hierbij graaft de muskusrat via gangen, waarvan de ingang onder water ligt ook wel pijpen genoemd, een of meerder kamers, die uiteraard boven de waterspiegel liggen. Het aantal pijpen en kamers is afhankelijk van het aantal inwonende jongen. Hoe groter de familie des te meer kamers er nodig zijn om iedereen te huisvesten. Overigens verplaatst een muskusrat op deze manier in een jaar 1 kuub aarde! De voorjaarstrek begint als de winter eindigt, dan worden de muskusratten seksueel actief. Het zijn dan vooral de rammen die gaan uitzwemmen, op zoek naar een geschikt territorium. Daar waar ze aan de grens van hun verspreidingsgebied leven, bewegen ze zich in hoofdzaak in de richting van de gebieden met de laagste populatiedichtheid, en zo mogelijk ook in de richting van de afwatering van dat gebied. De meeste dieren leggen daarbij slechts betrekkelijk korte afstanden af, maar een klein gedeelte trekt echt ver, tot wel veertig kilometer in een paar maanden tijd. Deze periode van grote trekactiviteit duurt in het algemeen tot begin mei. In de periode augustus t/m oktober is er weer een trek, in deze periode zwermt het merendeel van de jongere ratten maar ook een deel oudere ratten uit. In deze zogenaamde najaarstrek, gaan de muskusratten niet zover weg als zij dat in het voorjaar plegen te doen.

Verschillen tussen bruine rat en muskusrat
Het verschil met de bruine rat is te zien aan de staart: bruine rat rond, muskusrat afgeplat. Ook de poten zijn verschillend. De muskusrat heeft vliezen tussen de tenen en de bruine rat niet Het verschil met de beverrat: de beverrat is veel groter en lijkt ook meer op een bever.

Duidelijk is de verzakking waarneembaar in dit smalle dijkje bij de paddepoel in het loetbos.  Pas op met het wandelen over deze dijk, je zakt zo 30 cm  of meer in de dijk!Maar weinig mensen krijgen ooit een levende muskusrat te zien. Het dier leidt een overwegend ondergedoken bestaan en verplaatst zich vooral in de ochtend- en avondschemering. Om er achter te komen of er ergens een muskusrat zit, moeten we afgaan op de sporen die het dier achterlaat. De belangrijkste sporen zijn: beschadiging en verzakking van de oever (zie foto), de ingang van het hol; looppaadjes van zo'n centimeter breed door de oeverbegroeiing soms lopend naar aangevreten akkergewassen, voedselresten op de looppaadjes en eetplaatsen in de buurt van het water, schuin afgevreten rietstengels en lisdodde met vaak een pluimpje aan het eind; proppen van plantenresten die in het water drijven: de muskusrat gebruikt deze om de ingang van het hol af te sluiten; winterhutten, hopen takken, bladeren en andere plantaardige materialen, die in de winter in ondiep water staan en waarin het dier zijn hol maakt, doodgereden muskusratten (met name in de twee trekperioden). Aanwijzingen dat er mogelijk muskusratten aanwezig zijn: afgeknaagde waterplanten, gaten van ca. 15 cm en schade aan en op de oever zijn meestal het signaal dat er een muskusratten aanwezig zijn. Stempelplaats: openbaar muskusratten W.C: groene hoopjes (de muskusrat is een planteneter) op boomstammen in het water of op afwateringsbuizen.

De muskusrat in Europa
In het begin van de 20ste eeuw bracht een graaf, woonachtig in het tegenwoordige Tsjechië, 5 beestjes mee vanuit Noord Amerika. Het waren mooie pelsdiertjes. De graaf liet ze los op zijn landgoed ter verfraaiing en voor de jacht. Tien jaar later waren er in een straal van 50 km. ongeveer een miljoen muskusratten. De jacht werd geopend! Een tweede oorzaak van de import was de vacht. Pelsdierhouderijen, met name in Frankrijk, fokten de beesten voor hun vacht. Maar de kwaliteit van hun vacht ging sterk achteruit. Door de hogere temperaturen in Europa hadden de muskusratten niet echt meer een dikke vacht nodig. Het houden van muskusratten was niet meer lonend en de dieren werden losgelaten in de natuur. In 1930 was het houden van muskusratten in Nederland verboden. Aan het begin van de tweede wereldoorlog dook de eerste muskusrat op in Brabant. In 1970 werden de eerste muskusratten in Zuid Holland gevangen. Iedereen mocht de muskusrat vangen en kreeg daar 7,50 gulden voor. Later toen het aantal muskusratten te groot werd is er een landelijke organisatie op poten gezet. Nu is deze organisatie door de toename van het aantal dieren provinciaal geregeld en zelfs per provincie weer in rayons.

Schade door muskusratten
Het meest gevreesd is hij als graver en wroeter. Het zijn de oevers en dijken die het moeten ontgelden. Hier graaft hij zijn hol en legt hij zijn gangenstelsel aan. Vooral bij kleinere dijken kan dit een forse aanslag zijn op de stevigheid van een waterkering. Het dier graaft zijn gangen voor een deel vlak onder de grond. De ingang zit meestal net onder het oppervlak. Zo ontstaan er allerlei onzichtbare valkuilen voor vee en landbouwmachines.
Krabbescheer, wwarvan de wortels zijn aangevreten door de muskusrat. Het zuurstofgehalte van deze sloot zal drastisch veranderen!Het gewroet kan zelfs leiden tot verzakkingen van wegen en spoorwegen. Daarnaast is de muskusrat berucht om zijn knaaglust. Hij is verzot op waterplanten, vooral op de onderste stengeldelen en de wortels. Hele rietkragen vreet het dier weg. Gevolg is dat de oeverkanten afkalven en inzakken, met alle dure reparaties van dien. Door het eten van de wortels van waterplanten zoals krabbescheer, verstoort het ook het zuurstofgehalte van het water. Door het ondergraven van dijkjes tussen natuurgebied en cultuurgronden lopen waterrijke natuurgebieden leeg, krijgen paddepoelen geen kans (Loetbos), of stroomt het water van een hoge polder in een lagere polder en verstoort het daarmee de waterhuishouding in die betreffende gebieden. Naast waterplanten eet de muskusrat ook landbouwgewassen. Voor vele boeren vormen deze eetpartijen dan ook een flinke schadepost. Komt het dier terecht in fuiken en netten van beroepsvissers (broekvissers) dan knaagt hij die ook kapot.
Nederland is een waar paradijs voor de muskusrat. Veel water en veel voedsel. Met name de natuurgebieden hebben hiervan te lijden. Een oever vol riet en waterplanten is een drive-in restaurant voor de muskusrat. Weilanden zonder oevergewas zijn minder aantrekkelijk. Het opsporen van de muskusrat is in een weiland zonder oevergewas een heel stuk makkelijker en wanneer de sloten niet al te diep worden uitgebaggerd, zijn de ingangen makkelijk op te sporen. Oevers vol riet, braambossen en andere flora maken het er voor de bestrijders niet makkelijker op.

Bestrijding van muskusratten in de Krimpenerwaard
Het Krimpenerwaardse rayon heeft het beheer over een oeverkantlengte van 5251 km. De bestrijdingsgroep, bestaande uit 16 personen, moet deze ruim 5000 km controleren op nieuwe gangen en regelmatig de uitgezette vallen en vangkooien nalopen.
Rattenvanger Leo Ros in actieDe vangst in 2002 was alleen al in de Krimpenerwaard meer dan 35.000 muskusratten. De schade die de muskusrat jaarlijks aanricht is voor de overheid reden het dier te bestrijden. Daarom wordt iedereen verzocht aangifte te doen van de (vermoedelijke) aanwezigheid van muskusratten. Zie hoofdstuk hiervoor.
Het vangen en vooral het opsporen van muskusratten is een vak dat een bijzondere ervaring en techniek vereist. Daarom zijn voor dit werk speciale bestrijders aangesteld. Zij mogen gezien hun opleiding, ervaring en begeleiding bijzondere vangmiddelen gebruiken. De zorg voor de bestrijding is in handen van de provincie en de waterschappen. In Zuid-Holland werken achtenzestig bestrijders verdeeld over negen rayons. Om hun werk zo goed mogelijk te doen mogen ze ieder terrein betreden en daar vangmiddelen plaatsen. Dit is bij wet geregeld. In de praktijk zullen zij veelal overleggen met de eigenaar van het terrein. Door de MKZ in 2001 konden zij echter hun werk niet doen. Met name in de Krimpenerwaard is er daardoor een echte plaag uitgebroken. Onder controle is deze nog lang niet. Er zijn 16 vangers, maar om het onder controle te krijgen is het dubbele nodig. Nu wordt ongeveer 60% gevangen, dus 40% kan zich verder voortplanten ten koste van mens en natuur. Ook de vogelpest beperkt de vanger in zijn bewegingen. Boerenerven zijn in een straal van 300 m verboden terrein voor de vangers.

Begin 2004 hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland besloten om meer menskracht en materieel in te zetten bij de bestrijding van de muskusrat in de Krimpenerwaard. De extra kosten belopen over de jaren 2004 t/m 2006 resp. 410.000, 707.250 en 810.000 euri.

In de Krimpenerwaard zijn in 2005 ruim 38.000 muskusratten gevangen. Daarmee wordt de norm van de provincie ruim overschreden. Met name in het gebied tussen Gouderak en Vlist zijn veel vangsten geweest.

Vangmethodes
Wanneer een ingang gevonden is zet de vanger er een val voor. Deze markeert hij met een bamboestok met een oranje vlaggetje. Helaas zijn er "dierenliefhebbers" die deze vangmethode barbaars vinden en dus deze vallen weer weghalen. Langs de openbare weg is nu voor leken niet meer zichtbaar waar de muskusrattenvanger zijn vallen heeft gezet. Zie je een stok met een geel vlaggetje in het weiland dan is daar mollenval gezet! Naast het zetten van vallen gebruikt de bestrijder ook vangkooien. Ook deze worden aan de ingang van een "woning" geplaatst.
Een vangkooi met buit. helaas duurt het erg lang voordat de muskusrat is gestorven!Deze vangkooien worden bij de voorjaarstrek en najaarstrek ook in het water gehangen bij de in en uitgangen van buizen e.d. Daar de muskusrat maar 20 minuten onder water kan blijven verdrinkt hij in deze kooi. of vergiftigt hij zichzelf door koolmonoxide. Een enkele vanger gebruikt ook wel een geweer om de ratten af te schieten. Tot nu toe zijn er geen andere manieren gevonden om deze plaag onder controle te krijgen. Werken met gif geeft problemen, immers de dode drijvende muskusratten zijn een makkelijke prooi voor buizerd, bunzing en blauwe reiger, maar die krijgen hiermee ook het gif binnen. Een natuurlijke vijand heeft de muskusrat niet in Nederland. Bunzings graven wel een gat boven in het nest , maar eten alleen de jonge ratjes op. De ouders zijn dan al via het water weg gevlucht. Het uitzetten van de Amerikaanse nerts, die wel onder water het nest van de muskusrat kan binnen dringen, is niet aan te raden. Deze nertssoort is zo agressief, dat hiermee in de toekomst ook alle bunzings, hermelijnen e.d. zullen verdwijnen. Ook vossen verschalken nog wel eens een nest jonge muskusratten.
Alle vallen zijn schuin geplaatst in het hol zodat pootje-badende honden niet in een val kunnen trappen.

Helaas zijn er bij de huidige vangstmethoden nogal wat bijvangsten. Met name in de vangkooien . Die bijvangsten bestaan ook uit dieren die vallen onder de Flora en Fauna wet , zoals lepelaars, futen en waterrallen. De natuurbeschermingsorganisaties klagen hier al jaren over.

Een aantal muskusrattenvangers plaatsen in de vangkooien ook vallen, om zo de dood van de muskusratten te bespoedigen. Een verdrinkingsdood is immers niet echt een diervriendelijke methode ( bron NRC Handelsblad).


Wat te doen als je denkt dat er muskusratten zitten in je oever?
De plek van een kooi wordt gemarkeerd met een paal in het water met een witte kop.
De muskusrat veroorzaakt schade aan dijken, oevers, dammen, landbouwgewassen en wegen. Die schade kan beperkt blijven als u ons helpt de muskusrat te bestrijden. De muskusrattenbestrijders houden de dieren in hun gebied nauwlettend in de gaten. Toch kunnen ze dat niet alleen. Ze zijn vooral op plaatsen waar nog maar weinig muskusratten zijn, mede afhankelijk van uw steun en tips over de aanwezigheid van het dier. Voor de bestrijding van de muskusrat ontvangt de melder geen rekening. Bel daarom als u een muskusrat op het spoor bent. Slechts een continue, miljoenen Euro's kostende bestrijding en niet aflatende oplettendheid kunnen de muskusrat binnen aanvaardbare grenzen houden. Op de Britse eilanden is het dier met succes bestreden en uitgeroeid (1930-1937).

Door de meldingen uit Krimpen aan den IJssel bijvoorbeeld, is de zaak in dit dorp tot nu toe aardig onder controle, volgens de plaatselijke rattenvanger Theo. Laat dit zo blijven. Rond de heemtuin zijn in de afgelopen periode reeds meer dan 10 waterkonijnen afgevangen.

Meldingen voor de Krimpenerwaard
U kunt mailen: muskus03@pzh.nl, of bellen: 0182-343026 (rayonkantoor) 070-4417218 (centraal Den Haag) of schrijven aan de Dienst muskusrattenbestrijding, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Dweilen met de kraan open?

In de Krimpenerwaard kwamen er 10 rattenvangers bij in 2004, maar was dat genoeg of zijn er ook andere methodes? Door het wegvangen van de vele muskusratten ontstaan er witte plekken, die worden weer opgevuld door migrerende muskusratten en door het werpen van meer jonge muskusratten . Als er niet genoeg eten meer is en/of ruimte, dan zullen de muskusratten migreren en zullen de worpen bestaan uit minder nieuwe ratjes. In Duitsland zijn goede resultaten geboekt met deze theorie. In de deelstaat Thuringen vinden tussen 1990-2000 geen bestrijdingen meer plaats. Het biologisch evenwicht is hersteld, ook al is de muskusrat een exoot..

Enkele cijfers:(bron NRC)

1998 2489 ratten gevangen 5 bestrijders

1999 5105 7

2000 10690 9

2001 39322 9 ( en 80 in het laatste kwartaal)

2002 35683 15 ( en 80 in het eerste kwartaal)

2003 43606 15


Volledigheidshalve melden wij dat ook dat de dierenbescherming zo haar eigen gedachten heeft over de manier waarop de muskusrat wordt bestreden: klik HIER om de betreffende tekst op de website van de dierenbescherming te lezen.

Tenslotte: Heeft u trek in waterkonijn? In een Belgisch kookboek is vast wel een recept te ontdekken! Of klik HIER.

Hans van Embden


bronnen:
www.muskusratten.nl
dienst muskusrattenbestrijding
IVN Groningen
natuurencyclopedie
encarta 1999
NRC Handelsblad, zaterdag 7 febr. 2004
Simon Buck , Trouw 2004

foto's:
Hans van Embden