Boerderij
Oostvlisterdijk 21 te Vlist
geschiedenis
De geschiedenis van de boerderij Oostvlisterdijk 21 te Vlist is al
voor een belangrijk deel in kaart gebracht door een voormalige bewoonster,
Mw. E. van Schaik - Steenkamer, bij veel Vlistenaren beter bekend als Bets
Steenkamer. Zij woonde hier van haar geboorte tot 1964 en heeft in verschillende
archieven naspeuringen verricht om iets van de geschiedenis van deze hoeve
te achterhalen.
aquarel door J. Verheul ( maart 1927)
De vroegste geschiedenis van het pand is in nevelen gehuld. Over het bouwjaar is nergens iets terug te vinden. Een gevelsteen met een bouwjaar of een in een oude balk gekrast jaartal ontbreekt en ook de archieven bieden geen soelaas. Gezien echter de bouwstijl en de bij de constructie gebruikte materialen, lijkt 1650 een verantwoorde schatting, hoewel we er dan gemakkelijk enkele decennia naast kunnen zitten.
In de zeventiende eeuw was de hennepteelt de 'core-business' van veel agrariërs in de Lopiker- en Krimpenerwaard en dat gold ook voor de toenmalige bewoners van deze boerderij. Hennep was de grondstof voor touw en werd geleverd aan touwfabrieken in de omgeving, zoals in Oudewater. Naar touw was in de zeventiende en achttiende eeuw veel vraag. Met name scheepswerven -de zeilscheepvaart floreerde volop- waren afnemers van belang. Op een schip als bijvoorbeeld de Batavia was ruim 20 kilometer touw van verschillende dikte nodig!
Door inklinking van het veen in deze streek, daalde de bodem en werd deze gaandeweg steeds minder geschikt voor de akkerbouw. De boeren in de streek richtten zich steeds meer op veeteelt. En zo ging het ook bij de boerderij Oostzijde 45, zoals het adres vroeger luidde. Ook het maken van kaas werd gaandeweg belangrijker. Als u daarbij bedenkt dat de Lekdijk in het verleden regelmatig doorbrak, als gevolg waarvan de landerijen soms lange tijd blank stonden, dan weet u het boerenleven in de Lopiker- en Krimpenerwaard toen niet altijd een pretje was! Overigens werden de Waarden tot in de achttiende eeuw ook nog om militair-strategische redenen bij tijd en wijle opzettelijk onder water gezet (geïnundeerd).
eigenaars
De oudste bekende acte die op deze hoeve betrekking heeft, dateert
van 1824. In dat jaar koopt Theodorus Lieverse de boerderij met de daarbij
horende landerijen van Gerrit de Vos. Deze De Vos had de eigendom eerder
overgenomen van ene Heijkoop, maar hier loopt het spoor van voormalige
eigenaars dood…
Vanaf 1824 is het spoor wel goed te volgen: in 1827 verkoopt Theodorus Lieverse de boerderij aan zijn zoon Cornelis, wiens dochter Anna Lieverse trouwde met Jan Steenkamer. Dit echtpaar was van 1847 tot 1880 eigenaar en na hen was Hendrik Steenkamer de trotse bezitter. In de periode 1918-1924 werd de boerderij verpacht aan Bontje en daarna van 1924 tot 1930 aan De Boer. Vanaf 1930 tot 1964 zaten de Steenkamers weer zelf op de boerderij.
Het gezin Steenkamer met hond Polly in de
zomer van 1942.
Van links naar rechts: Theo (1933), Annie (1932), Vader Jan (1901), Henk
(1928), moeder Maria (1902) en kleine Bets (1940).
In 1964 werd de boerderij verkocht aan de familie Van Leeuwen, die hier tot 1980 actief was. Na twee jaar leegstand werd het pand eind 1981 verkocht aan de huidige eigenaars, Corry en Rinus Dionisius, die het gebouw herinrichtten als woning.
exterieur
De
buitenzijde van de boerderij heeft in de loop der jaren wel enige veranderingen
ondergaan, maar het is altijd een sfeervol gebouw gebleven. Met name aan
de achtergevel is goed te zien dat er in de loop der eeuwen de nodige wijzigingen
zijn aangebracht. De drie verschillende, kleine schoorstenen die vroeger
het dak sierden hebben plaats gemaakt voor één groot rookkanaal,
maar het karakter van het gebouw is onaangetast. Omliggende boenhokken
en boenstoepen zijn gesloopt en ook de hooiberg verloor haar functie en
kreeg een metalen dak. Later, in 2007, is toch weer een rieten kap op de
hooiberg aangebracht.
de boerderij in het voorjaar van 2007
interieur
Aan weerszijden van de brandmuur bevonden zich schouwen van een kloek
formaat. De schouw op de deel, waar destijds ook de koeien stonden, was
voorzien van een ruim, tot op de grond hangend gordijn. Hoewel de runderen
's winters toch de nodige warmte genereerden, kon het er niettemin zó
koud zijn, dat het gordijn om de schouw werd dichtgetrokken en het boerengezin
zich aan de binnenzijde van de gordijnen om het vuur schaarde, om toch
zoveel mogelijk te genieten van de behaaglijke warmte van de haard.
Na de oorlog werd de schouw aan de deelzijde afgebroken. De vuurplaat was toen volledig vergaan. Aanwezig waren nog wel drie tegeltableaus, voorstellende een boer met koe, een kat met hond en een boer met paard. Deze tableaus zijn in 1964 door de heer Steenkamer verkocht aan de gemeentearchitect, als onderdeel van diens honorarium voor het ontwerpen van een nieuwe woning.
De opkamer was in het verleden ook voorzien van een eigen verwarming. Het verhaal gaat dat de achttiende-eeuwse Rotterdamse eigenaar van de boerderij de gehele hoeve verpachtte, evenwel exclusief deze opkamer, die hij als pied-à-terre zou hebben gebruikt.
de eenentwintigste eeuw
De
huidige eigenaar, Rinus Dionisius heeft, destijds samen met zijn helaas
overleden echtgenote Corry, met veel gevoel voor
de historische waarde van hun bezit, een aantal wijzigingen aangebracht.
De onder oude planken teruggevonden originele plavuizen werden in ere hersteld
en ook de fraai gedecoreerde negentiende-eeuwse tegelvloer in het voorhuis,
maakt weer helemaal deel uit van het interieur. In datzelfde voorhuis werd
een badkamer geplaatst (de moderne mens wil tenslotte ook wat!), maar wel
op dusdanige wijze dat toekomstige eigenaren, mochten zij dat willen, het
geheel weer zonder problemen in de oude staat kunnen terugbrengen.
Corry en Rinus Dionisius, aan de achterzijde van hun huis
Dat aan de tuin veel aandacht wordt besteed, is goed te zien.
In 1965 werd de boerderij aangewezen als rijksmonument.
© Nieko Jongerius, 2007/2011
Met hartelijke dank aan:
Bets van Schaik-Steenkamer
Corry en Rinus Dionisius