De
stadspoorten van Schoonhoven
In de middeleeuwen bevonden zich in de omwalling van de stad
Schoonhoven vijf stadspoorten.
Aan
de noordzijde van de stad, aan het eind van de Koestraat, bevond zich de
Kruispoort of Beckevaertspoort.
Deze stadspoort is de oudst bekende: de eerste vermelding dateert uit 1353.
In 1673 werd deze Kruispoort verplaatst naar het einde van de Kruispoortstraat.
Deze stadspoort werd afgebroken in 1862, omdat de gemeenteraad de onderhoudskosten
te hoog vond en men de toegang tot de stad wilde moderniseren... Al in
1854 werd de voorliggende brug gesloopt.
In de noordelijke omwalling zaten verder twee waterpoorten: over de
Oude Haven en de Zevender.
Aan de oostzijde van de stad stond aan het eind van de Korte Dijk de Willigerpoort
of Langerakkerpoort.
In 1387 is voor het eerst sprake van deze Willigerpoort.
Reeds in 1590 werd deze poort gesloopt toen op die plaats nieuwe wallen
en een stenen beer werden aangelegd.
Eveneens aan de oostkant van Schoonhoven stond aan het eind van de Lopikerstraat
de Lopikerpoort.
Deze poort wordt eveneens in 1387 voor het eerst genoemd, hetgeen overigens
niet noodzakelijkerwijs wil zeggen dat dit ook het jaar was waarin deze
stadspoort werd gebouwd.
Omstreeks 1590 werd deze poort vernieuwd.
In 1805 werd hij afgebroken en vervangen door een hek.
| In het dagblad De Oprechte Haerlemsche Courant van 29 juli en 1 augustus
1673, stond onderstaande annonce:
De Ed:Mog: Heeren Gecommitteerde Raden van de Ed: Groot Mog: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, zijn van meninge te besteden eene Steene Poort, een Steene Heul ende een Houte Brugge, tot Schoonhoven; mitsgaders een groote ende kleyne Poort, een Houte Brugge, eene Steene Heul, ende eenigh Rijs-werck aen 't Oostwaertse Hooft, tot Nieupoort. Die daer inne gadinge heeft, kome op Donderdagh den derden Augusti, 1673. 's morgens ten 10 uren precijs, tot Schoonhoven, in de Herberge daer Dordrecht uyt hanght, alwaer de Bestedinge als dan sal werden gedaen. De Bestecken zijn te vinden ter Secretaryen van Dordrecht, Haerlem, Delf, Leyden, Amsterdam, Gouda, Rotterdam, Gornichem, Schoonhoven ende Nieupoort. |
De
zuidelijke poorten waren de Veerpoort en de
Vrouwepoort of Katpoort. Deze laatste stond daar waar de
havenstraat en de Voorhaven bij elkaar komen.
In 1387 werd voor het eerst melding gemaakt van de Vrouwepoort. In 1573
vond een vernieuwing plaats.
Nadat in 1588 bij de Vrouwepoort een kat was aangelegd, werd dit bouwwerk
ook wel de Katpoort genoemd.
Evenals de Kruispoort, werd in 1862 ook de Vrouwepoort afgebroken. Ook hier waren de hoge onderhoudskosten de belangrijkste reden voor dit besluit.
In
1396 is voor het eerst sprake van de Veerstalpoort. De oorspronkelijke
poort werd afgebroken rond 1590 en herbouwd in 1601 ten zuiden van de oude.
Op het kruispunt Veerstraat / Scheepmakershaven vond men in 1985 bij rioleringswerkzaamheden
de funderingsmuren van de oorspronkelijke Veerpoort samen met restanten
van de daarop aansluitende middeleeuwse stadsmuren.
De veerpoort is de enige poort
die aan de slopershamer is ontsnapt.
Ten slotte was er een zesde poort, de Hofpoort. Deze lag aan het Marktveld,
het tegenwoordige Doelenplein en gaf toegang tot het kasteelterrein.
In de westelijke stadsmuur waren geen doorgangen.