Tot
aan 1618 was er geen raadhuis in Haastrecht.
De Schoonhovense baljuw was ook bevoegd in Haastrecht. De bestuurlijke
zaken werden geregeld in een plaatselijke herberg. In Haastrecht bestond
ook geen gevangenis, hoewel daar wel behoefte aan was.
Met de bouw van een raadhuis in 1618 werd in beide behoeften voorzien.
Het in Hollandse renaissance-stijl opgetrokken raadhuis huisvestte aanvankelijk
onder meer een ruimte waar recht werd gesproken, een gijzelkamer, een vergaderkamer
en twee gevangenhokken.
Op het bordes voor het raadhuis staan twee leeuwen, die elk een wapenschild
dragen. Op het ene schild stond het wapen van Holland. Later is hier het
wapen van Zuid-Holland overheen geschilderd. Op het andere schild staat
het wapen van Haastrecht.
In 1847 schreef de geograaf AJ van der Aa over Haastrecht:
Men heeft er een raadhuis, zijnde een fraai gebouw, hetwelk in het jaar
1618 gebouwd is. Het is voorzien van behoorlijke vertrekken voor de Regering
en bewaarplaatsen van gevangenen. In 1823 is de oude halve stoep, met zeven
steenen trappen, langs welke men er tevoren inging, geheel afgebroken,
en vervangen door eene nieuwe hardsteenen stoep met ijzerwerk versierd,
welke bekostigd is door wijlen den Heer Salomon Reynders Bisdom, Heer van
Vliet, destijds burgemeester van Haastrecht.
| Een kijkje in de burgemeesterskamer | |
| Eveneens in de burgemeesterskamer | |
| De Burgerzaal. Hier worden huwelijken voltrokken |
|
| De raadszaal | |
| Deur met kijkgat en luchtgaten. De toegang tot de vroegere gevangenis, die onder het raadhuis was gesitueerd. |
Foto's: Nieko Jongerius