Olivier van Noort

In 1598 begon de Olivier van Noort (geboren te Utrecht in 1558) aan een zeiltocht om de wereld.
Hiertoe in staat gesteld door Rotterdamse geldschieters, maakte hij -als eerste Nederlander- een reis naar Indië, 'bij zuidwesten om'(om Zuid-Amerika heen). Omdat de oorlog met de Spanjaarden in alle hevigheid woedde, had Van Noort grote moeite om geschut voor zijn vloot te regelen. Uiteindelijk kreeg hij van de stad Utrecht twee zware kanonnen te leen. Na terugkomst werden deze weer teruggegeven, om daarna door die stad als museumstukken te worden bewaard.

Doel van de reis was het kapen van Spaanse schepen, het kopen van porcelein in China en specerijen in de Molukken. Bovendien werden gegevens verzameld, waarvan Hollandse kaartenmakers dankbaar gebruik maakten.

Op 2 juli 1598 voer hij vanuit Rotterdam met een vloot van vier schepen uit. In totaal waren 248 mannen aan boord. Van Noort was admiraal en Jacob Claes van Ilpendam was vice-admiraal. Broer Cornelis van Noort voer ook mee, maar sneuvelde al na zes maanden.

In november 1598, bij de Straat van Magalhães, kwam het tot ernstige muiterij onder de bemanning, die werd aangevoerd van Van Ilpendam. Deze werd door Van Noort op een onbewoond eiland achtergelaten, maar de schermutselingen vertraagden de expeditie aanmerkelijk: pas op 29 februari 1600 was de Vloot door de Straat. In een hevige storm verging één van de schepen met man en muis. Twee van de overgebleven drie schepen werden door de Spanjaarden tot zinken gebracht bij de Fillipijnen. Het enig overblijvende schip werd door Van Noort langs de Molukken, Borneo en Kaap de Goede Hoop gezeild om op 26 augustus 1601 in Rotterdam aan te meren. Aan boord waren toen nog 45 man.

Van het brons van één van de kanonnen die Van Noort mee terugbracht, werd later een aantal klokken voor het carillon in het Schoonhovense stadhuis gegoten. Op de grootste klok staat te lezen:

"Myn schor geloey op reys, voor dapperen Van Noort,
Klinkt na een lange rust, thans in een fray akkoort."

Olivier van Noort overleed in Schoonhoven op 22 februari 1627. Hij ligt begraven in de Grote- of Bartholomeuskerk aldaar.